VAN LIDTH DE JEUDE (PLAAT 51).

 

 

Wegens de wapen-overeenkomst kan men met den meesten grond denken aan verwantschap van dit geslacht met dat van Chatillon. De naam wordt wel eens afgeleid van het geslacht de jood (de jodé) of de jeude 1), en vele personen van dien naam worden in de Geldersche archieven vermeld gevonden.

Te Gent kwam reeds in 1301 een Willem de Jeude voor. Met zekerheid kan men echter dit geslachtregister eerst beginnen met den tijd dat zij zich te Tiel nederzetten, alwaar derzelver leden sedert meer dan twee eeuwen onder de regeerings-personen dier stad vermeld worden.

 

I Johan van Lidth de Jeude, gehuwd met Hendrika Jacoba Graauwers, Jacobsdochter,

had een zoon:

 

II Albert [Jan volgens het NP] van Lidth de Jeude, geh. in 1556 met Johanna Wolf van Brakel, bij wie hij twee kinderen verwekte:
1e Johanna van Lidth de Jeude, geh. met N. N. van Leeuwen, burgemeester van Wijk bij Duurstede;
2e Johan Willem van Lidth de Jeude,
die volgt.

 

 

III Johan Willem van Lidth de Jeude, pas genoemd, burgemeester van Tiel, huwde aldaar 29 Sept. 1610 met Theodora van Leeuwen, overl. 14 Juni 1631, dochter van Albert, rentmeester van den Prins van Oranje, en van Belia Graauwers; zij hertr. met Mr. Hendrik van Oyen (zie geslachtlijst van Oyen).

Zij waren de ouders van zes kinderen:
1e Geertruy van Lidth de Jeude, geb. te Tiel, geh. te Wijk-bij-Duurstede 9 Juli 1654 met Mr. Gerbrand Schagen, syndicus en secretaris te Wijk-bij-Duurstede, weduwnaar van Antoinetta Wijborch;
2e J
ohanna van Lidth de Jeude, geh. met Hendrik Noest;
3e Cornelis van Lidth de Jeude,
die volgt;

4e Belia van Lidth de Jeude, geh. met Caspar Ebben, burgemeester van Gennep;
5e Elizabeth van Lidth
de Jeude, geh. met Joachim Foyert, Jerefaeszoon, burgemeester van Tiel en landschrijver, die in 1673 aan het hoofd stond van het regiment van Heeswijk en last kreeg om de Fransche belegeraars uit een der bolwerken van Maastricht te verdrijven, bij welke gelegenheid hij zwaar gewond werd; hij wordt nog in 1681 als schepen van Tiel vermeld en was in 1694 overleden;
6e Albert van Lidth de Jeude,
die mede volgt.

 

 

IV Cornelis van Lidth de Jeude, voornoemd, ontvanger-generaal der kwartieren Tiel en Nijmegen, overleed 10 Nov. 1650 en werd in de St. Martenkerk te Tiel begraven. Hij huwde 23 Jan. 1631 met Anna Wijnands van Resant, bij wie hij verwekte:
1e Theodora van Lidth de Jeude, geh. met Mr. Gerard Bouwensch, burgemeester van Tiel;
2e Margrita van Lidth de Jeude, geh. met Boudewijn Bouwensch, in 1655 schepen
van Sandwijk, broeder van Mr. Gerard voornoemd;
3e Johan van Lidth de Jeude,
die volgt;
4e Johanna van Lidth de Jeude, geh. met baron van Asperen;
5e Anna van Lidth de Jeude, overl. 9 Jan. 1725,
geh. met Theodorus van Ackersdijk, med. doctor en remonstr. predikant te Rotterdam;
6e Belia van Lidth de Jeude, overl. te Tiel 3 Juli 1715, geh. te Dordrecht 12 Dec. 1673 met Sebastiaan van de Graaff, geb. aldaar 24 April 1647, raad ter admiraliteit van de Maas en in de vroedschap te Dordrecht, overl. 15 Jan. 1720 (zie geslachtlijst van de Graaff);
7e Albert van Lidth de Jeude, geh. met Jacoba de Haas, uit welk huwelijk geb. werden:

a. Mr. Cornelis van Lidth de Jeude, in 1698 schepen, daarna burgemeester van Tiel, geh. 24 Mei 1691 met Helena van Leeuwen, geb. te Tiel in 1650, overl. in 1705, dochter van Jan en van Johanna van Eck en wed. van Lambert van Eck (zie geslachtlijst van Leeuwen);
b. Adriana van Lidth de Jeude, geh.: 1e in Juli 1694 met Cornelis Bouwensch, 2e in Maart 1706 met J. A. Vinceler, burgemeester van Huissen, en 3e in Dec.

1719 met Rewoud Jacob baron van Wijnbergen;
c. Lucretia Wilhelmina van Lidth de Jeude, overl. in Mei 1699, geh. met W. C. M. Vinceler;
8e Cornelis van Lidth de Jeude, burgemeester van Utrecht, overl. 31 Maart 1714, geh. met Lucretia van Brienen, overl. 8 April 1722, uit welken echt voortsproot: Hendrina van Lidth de Jeude, ged. 23 Aug 1672;
9e Hendrik van Lidth de Jeude, burgemeester en ontvanger te Tiel, geh.: eerst te Tiel 20 Jan. 1678 met Sara Lucia de Carpentier en daarna 27 Jan. 1689 met Willemina van Harscamp, weduwe van Richard Wijnen; uit het eerste huw. werden geboren:
a. Roeland van Lidth
de Jeude, geb. 30 Nov. 1678, J. U. D . , ontvanger van het kwartier Tiel, overl. in 1699;
b. Anna Lucia van Lidth de Jeude, geh. te Tiel 25 Dec. 1700 met Cornelis van de Graaff, kapitein ter zee, zoon van Sebastiaan en van Belia van Lidth de Jeude, voornoemd;
c. Sara Isabella van Lidth de Jeude, geh. met Mr. Willem Blankert, raadsheer te Vianen;
d. Cornelis Arent van Lidth de Jeude, op zee overleden;

10e Cornelis van Lidth de Jeude, die vermoedelijk vaandrig was in het regiment van Weideren op Knotzenburg, overl. in 1696.

 

V Johan van Lidth de Jeude, voornoemd, J.U.D., in 1664 ontvanger van het kwartier Tiel, in 1675 schepen, curator der hoogeschool te Harderwijk, daarna in 1676 raad van den graaf van Waldeck te Culenborg, in 1680 commissaris van de monstering en in 1684 gecommitteerde ter generaliteit, huwde met Margaretha Elizabeth Blanken, bij wie hij vier kinderen verwekte:
1e Hendrik van Lidth de Jeude,
die volgt;
2e Elisabeth
Johanna van Lidth de Jeude, ged.
26 Aug. 1672, ongeh. overl.;
3e Anna Maria van Lidth de Jeude,
overl. te Hoey in 1716, begr. in de kerk te Eisden, geh. met haren neef Matthias Blanken, kapitein, zoon van

Mr. Adolf en van Cornelia Hunninga; hij hertr. met Th. A. Vinceler en woonde in 1720 op den Hoekenburg te Rijswijk;
4e Cornelis van Lidth de Jeude.

 

VI Hendrik van Lidth de Jeude tot Vlaekekamp, zoo evengenoemd, burgemeester te Tiel, huwde 1 Aug. 1715 met Catharina Bisshcop, wed. van N.N. Pietermaat.
Zij waren de ouders van:
1e Susanna Elizabeth van Lidth de Jeude, geb. 1 Aug. 1716, overl. te Tiel 6 Oct. 1791 , geh. te Kerk-Avezaath 10 Maart 1737 met Vincent Boesses, geb. in Maart 1718, ritmeester, overl. te Haarlem 27 Sept. 1750;
2e Henriette Johanna van Lidth de Jeude, geh. met N. N. de Vree;
3e Johan van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 15 Jan. 1723, advocaat en burger-hopman te Tiel, later advocaat te Dordrecht en lid van de kamer van justitie te Vianen, geh. te Tiel
30 Oct. 1753 met Anna Maria van der Beek, bij wie hij verwekte:
a. Hendrik van Lidth de Jeude, geb.
in 1756, rijks-ontvanger te Heusden, aldaar overl. 26 Aug. 1831 , geh. met Geertruida Thuret, geb. in 1763, overl. te Heusden 4 Nov. 1852;
b. Cornelia van Lidth de Jeude, overl. te Utrecht 15 Dec. 1811, geh. met P. de Roock, secretaris aldaar;
c. Johan van Lidth de Jeude, J. U. D., schepen van Utrecht, aldaar ongeh. overl. in 1807.

 

 

IV Albert van Lidth de Jeude, tevoren genoemd, schout, schepen, burgemeester en ontvanger der convooien en licenten te Tiel, huwde 6 Nov. 1638 met Geertruy van Benthem, bij wie hij een zoon verwekte:
 

V Johan van Lidth de Jeude, schout, schepen en burgemeester te Tiel, overl. 17 Juli 1708, geh. te Gameren bij Zalt-Bommel 17 Oct. 1668 met Magteld Jongbloed, dochter van Cornelis en van Johanna Maria Doublet;
uit hunnen echt sproten vier kinderen:
1e Cornelis Philip van Lidth de Jeude,
die volgt;
2e
 Aleert Johan van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 19 Dec. 1676, van 1702 tot 1749 secretaris aldaar, overl. 14 Juni 1759, geh.: eerst te Wijk-bij-Duurstede 7 Juni 1707 met Aletta Bitter, overl. 9 Juli 1708, en daarna te Arnhem 27 Maart 1710 met Hesier Sybilla Muys, geb. 14 Sept. 1682, dochter van Willem en van diens tweede vrouw Bartha ten Nuil; hunne twee kinderen stierven jong;
3e Hendrik van Lidth de Jeude,
die mede volgt;
4e Johanna Maria van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 2 Maart 1679, geh.: eerst 21 Jan. 1714 met Servatius van Kuilenburg en daarna in 1724

met Philippus de Vaal.

 

 

VI Cornelis Philip van Lidth de Jeude, voornoemd, geb. te Tiel 23 Oct. 1670, schepen, burgemeester en raad zijner geboortestad, overleed aldaar 27 Aug. 1734. Hij huwde te Tiel 18 Dec. 1701 met Christina Margarita Wijnen, geb. 28 April 1679, overl. te Tiel 26 Jan. 1754, dochter van Richard en van Willemina van Harscamp. Behalve een zoon, die jong stierf, sproten uit hunnen echt:
1e Hendrica Willemina van Lidth de Jeude, geb. 1 Maart 1703, ongeh. overl. in 1778;
2e Johan Richard van Lidth de Jeude,
die volgt;
3e Magteld van Lidth de Jeude, geb. 19 Maart 1706, ongeh. overl. 24 Mei 1767;
4e Margaretha Engelbertha van Lidth de Jeude, geb. 11 Juli 1707, ongeh. overl. 9 Oct. 1766;
5e
 Cornelis Everhard van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 9 Juni 1709, ontvanger-generaal van het kwartier van Nijmegen, ongeh. overl. in 1770;
6e Barend van Lidth de Jeude, geb. 21 Juli 1710, luitenant in het regiment Maleprado, overl. 15 Jan. 1737;
7e Philip Francois van Lidth de Jeude, geb. 18 Maart 1712, vaandrig, overl. 10 Jan. 1739;
8e Willem Albert van Lidth de Jeude,
die mede volgt.

 

VII Johan Richard van Lidth de Jeude, voornoemd, geb. te Tiel 18 Juli 1704, ontvanger-generaal der verponding van Nijmegen, kantoor Tiel, overleed te Tiel 1 Juli 1732. Hij huwde in Jan. 1728 met Maria Rachel Biel, overl. te Tiel in Nov. 1775, dochter van Hendrik en van Helmichlia van Ommeren.
Uit hun huwelijk sproten drie kinderen:
1e Cornelis Christiaan van Lidth de Jeude,
die volgt;
2e Hendrik Jan van Lidth de Jeude, ged. te Tiel 22 Oct. 1730, kapitein onder Holstein Gottorp, overl. in 1774;
3e Johan Richard van Lidth de Jeude, geb. 19 Juli 1732, advocaat te Nijmegen, overl. 11 Mei 1758.

 

 

VIII Mr. Cornelis Christiaan van Lidth de Jeude, zoo evengenoemd, geb. te Tiel 1 Oct. 1728, schepen, burgemeester en raad dier stad, overleed aldaar 20 Febr. 1809 en werd begraven in de St. Maartenskerk. Hij huwde 15 Juli 1753 met zijne nicht Sara Helmichlia van Winsheym, geb. 10 April 1733, overl. te Tiel 30 Mei 1812, dochter van Gerard Wilhelm en van Johanna Theodora Biel.
Van hunne acht kinderen stierven vier op zeer jeugdigen leeftijd:
1e Johan Richard van Lidth de Jeude,
die volgt;
2e Gerard Willem van Lidth de Jeude, majoor in Nederl. dienst, overl. te Tiel 20 Aug. 1823;
3e Mr. Johan Theodorus van Lidth de Jeude, geb. 25 Jan. 1767, overl. te Tiel 1 Jan. 1810;
4e Hendrik Jan van Lidth de Jeude, geb. in Juli 1771, overl. 6 Mei 1796.

IX Mr. Johan Richard van Lidth de Jeude, zoo evengenoemd, geb. te Tiel 2 April 1754, secretaris aldaar, overleed te Munster 31 Mei 1803. Hij huwde tweemaal: eerst te Drumpt 29 April 1777 met Margaretha Lamberta van Eek, geb. te Tiel 18 Mei 1751 , aldaar overl. 27 Juli 1811 , dochter van Mr. Otto en van Cornelia Maria van der Steen (waarvan hij 9 Mei 1782 scheidde), en daarna in Frankrijk met Cornelia Margaretha Johanna Blanken.

Uit het eerste huw. sproot een zoon voort: Mr. Cornelis Christiaan van Lidth de Jeude, die volgt.


X Mr. Cornelis Christiaan van Lidth de Jeude, pas genoemd, geb. te Tiel 31 Aug. 1777, burgemeester aldaar, in 1811 maire, daarna in 1814 weder burgemeester en lid van de groote vergadering der notabelen te Amsterdam, dijkgraaf van Neder-Betuwe, lid der prov. staten van Gelderland en van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, ridder der orde van de Unie en van den Nederl. Leeuw, commandeur der orde van de Eikenkroon, overleed te Tiel 15 Juni 1858. Hij huwde op den huize de Ruit bij Delft 22 Sept. 1806 met zijne nicht Jacoba Barbara Maria van Eek, geb. te 's-Gravenhage 4 Jan. 1786, overl. te Tiel 6 Nov. 1875, dochter van Mr. Lambert Engelbert en van Charlotte Amelia Vockestaert.
Hunne kinderen waren:
1e 
Mr. Johan Lambert van Lidth de Jeude, geb. op den huize de Ruit 17 Sept. 1807, rechter plaatsverv., overl. op den huize de Start onder Zoelen 7 Jan. 1849, geh.: eerst te Tiel 19 April 1838 met Willemina dementia Jacoba de Roo, aldaar overl. 18 Juli 1842, en daarna mede te Tiel 1 April 1848 met Johanna Maria Gordon, geb. te Arnhem 15 Juni 1821, die hertrouwde met Jhr. David Fredrik Reuchlin, weduwnaar van zijne zuster Charlotte Amelia van Lidth de Jeude, straks te noemen; uit het eerste huw. werden o. a. geboren:
a. Cornelis Christiaan van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 26 Maart 1839, aldaar overl. 24 Nov. 1879;
b. Joannes Willern Hendrik Eliza van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 26 Dec. 1840, aldaar overl. 6 Nov. 1879;
c. Jacoba Maria van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 1 Juli 1842, geh. 10 Nov. 1864 met Pieter ten Bosch, officier ter zee;
 uit het tweede huw. sproot voort:
d. Johan Lambert van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 12 Juni 1849, candidaat-notaris;
2e Charlotte Amelia van Lidth de Jeude, geb. op den huize de Ruit 17 Sept. 1809, overl. te Tiel 1 Febr. 1838, geh. aldaar 27 Oct. 1836 met Jhr. David Fredrik

Reuchlin, geb. te Rotterdam 11 Jan. 1802, overl. te Arnhem 12 Juni 1887, zoon van Jean Franfois Charles en van Cathanna Borsje; hij hertr. met Johanna Maria Gordon, voornoemd;
3e  Theodoor Hendrik van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 19 Jan. 1813, overl. 10 Dec. 1837;
4e  Jacoba Hester Henriette van Lidth de Jeude, geb te Tiel 3 Sept. 1814, aldaar overl. 14 Mei 1838;
5e  Otto Cornelis Adriaan van Lidth de Jeude,
die volgt.


XI Otto Cornelis Adriaan van Lidth de Jeude, pas genoemd, geb. te Tiel 23 Dec. 1819, wethouder aldaar, overleed er 27 Oct. 1863. Hij huwde te Arnhem 6 Juni 1850 met zijne nicht Charlotte Amelie van Eek, geb. te 's-Gravenhage 4 Nov. 1828, dochter van Mr. Lambertus Johan Arend en van Hendrica Johanna 1e Jeune. Uit hun huwelijk sproten voort:
1e Cornelis Christiaan van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 5 April 1852, dijkgraaf van Neder-Betuwe, lid van den gemeenteraad van Tiel, geh. te Zutphen 7 Nov. 1878 met Jkvr. Catharina Carolina von Weiker tot Poelwijk, geb. te Zevenaar 3 Nov. 1857, dochter van Jhr. Godfried Carl en van Sophia Maria Françoise van Eek, bij wie hij verwekte:
a. Charlotte Amelie van Lidth de Jeude, geb. te Soden 5 Mei 1879;
b. Maria Sophia Francoise van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 12 Mei 1880;
e. Otto Cornelis Adriaan van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 7 Juli 1881;
d. Bernardine Lamberta van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 23 Aug. 1883;
2e Henriette Johanna van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 16 April 1854, geh. aldaar 27 Sept. 1877 met Jhr. Willem Leonard van Spengler, geb. te Zwolle 29 Nov. 1835, luit.-kolonel der infanterie en adjudant des konings, zoon van Jhr. Johan Theodoor en van Maria Henriette Westenberg;
3e Bernardma Lamberta van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 29 Febr. 1856, overl. te Davos Platz 1 Maart 1880, geh. te Tiel 11 Juli 1878 met Jhr. Carel Willem Lambert Jacob von Weiler tot Poelwijk, ambtenaar van het O.M. bij het kantongerecht te 's-Hertogenbosch, overl. te Davos Platz 11 Aug. 1880, oud 28 jaar, broeder van Catharina Carolina voornoemd;
4e Mr. Lambert Johan Adriaan van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 23 Juni 1860, geh. te Zutphen 5 Aug. 1886 met Jkvr. Johanna Louise von WeiIer tot Poelwijk , geb. te Zevenaar 3 Maart 1863, zuster van Catharina Carolina voornoemd;
5e Jacoba Barbara Maria van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 27 Juli 1862.

 

 

VII Willem Albert van Lidth de Jeude, tevoren genoemd, geb. te Tiel 5 Maart 1713, burgemeester aldaar en ontvanger der convooien en licenten, overleed te Tiel in Dec. 1778. Hij huwde te Huissen 14 Juni 1743 met Juliana van VinceIer, overl. te Tiel in 1791 , en won bij haar een zoon :

Cornelis Philip van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 11 April 1744, burgemeester en ontvanger der convooien en licenten aldaar en ontvanger van den Meurschen tol, in 1806 inspecteur der belastingen in het ressort Tiel, in 1814 lid van de Staten-Generaal, overl. te Tiel 27 Febr. 1830, geh. te Utrecht met Anna Margaretha van Ee, geb. in 1750, overl. te Tiel 28 Mei 1832;
uit hunnen echt sproten voort, behalve drie zoons die zeer jong stierven:
1e  Mr. Willem Albert van Lidth de Jeude,
die volgt;
2e Huibert Pieter van Lidth de Jeude, geb. 27 Febr. 1781, ongeh. overl. in 1805;
3e Dr. Theodorus Gerrit van Lidth de Jeude, geb. 8 Juli 1788, hoogleeraar in de physiologie en natuurlijke historie te Harderwijk in 1815, te Utrecht in 1818, lid van onderscheidene geleerde genootschappen, overl. te Utrecht 23 Dec. 1863, geh.: eerst te Tiel 15 Juli 1813 met Sara Jacoba Johanna Romer, geb. te Utrecht 19 Oct. 1793, overl. op den huize de Start onder Zoelen 16 Sept. 1835 en begr. te Tiel, dochter van Dr. Evert Johan en van Anna Wilhelmina Doelen, en daarna te Utrecht 23 Nov. 1836 met Johanna Elisabelh Ledeboer, weduwe van Johannes Philippus Pfeiffer.

 

VIII Mr. Willem Albert van Lidth de Jeude, voornoemd, geb. te Tiel 14 Oct. 1779, schepen en raad aldaar, in 1814 luitenant-kolonel der schutterij, overleed te Tiel 10 Aug. 1851 als rechter in de rechtbank aldaar. Hij huwde tweemaal:
eerst met Anna van Zutphen, overl. te Tiel 22 Jan. 1810, en
daarna te Utrecht 22 April 1812 met Theodora Caroline Romer, geb. aldaar 10 Dec. 1781, overl. te Tiel 26 Nov. 1860, dochter van Dr. Everhard Johan en van Anna Wilhelmina van Doelen.
Uit het eerste huwelijk werden geboren:
1e Mr. Cornelis Philip van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 13 Maart 1805, advocaat aldaar, uitgetrokken als 28 luitenant bij het 3e bataljon 2e afd. Geldersche schutterij en overl. te Breda 8 Jan. 1832;
2e  Anna Juliana van Lidth de Jeude, geb. 8 Maart 1806, overl. te Nijmegen 13 Maart 1883, geh. 7 Dec. 1826 met Sigismund Johan Frederik de Ranitz, controleur der directe belastingen, overl. te Harderwijk 28 Oct. 1846;
3e Adriaan Johan Leonard van Lidth de Jeude, geb. 11 Mei 1807, luitenant ter zee, overl. in de baai van Patjitan (zuidkust van Java) 5 Febr. 1839;
4e Huibert Theodorus van Lidth de Jeude, geb. 8 Aug. 1808, luitenant-kolonel der artillerie, ongeh. overl. te Zutphen 12 Nov. 1874;

Uit het tweede huw. sproten voort:
5e Everhard Johan van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 7 Juli 1813, majoor der huzaren, overl. te 's-Gravenhage 18 Juni 1868, geh. te Groningen 21 Nov. 1851 met Anna Vos, geb. te Meppel 27 Oct. 1820, dochter van Mr. Lucas en van Aleida Johanna Nijsingh, bij wie hij een zoon verwekte: Willem Albert Theodoor Carel van Lidth de Jeude, geb. te 's-Gravenhage 19 April 1859, candidaat-notaris te Utrecht;
6e Mr. Willem Frederik Carel van Lidth de Jeude,
die volgt;
7e Martinus Eliza van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 29 Aug. 1816, ontvanger der registratie en domeinen, overl. te Utrecht 9 Sept. 1883, geh. te Tiel 24 April 1852 met Johanna Jacoba de Roo, geb. aldaar 18 Febr. 1821 , dochter van Mr. Jan en van Wilhelmina Hendrika Elisabeth Taay, uit welken echt, behalve een doode zoon, zes kinderen sproten, waarvan twee zeer jong stierven:
a. Dr. Theodorus Willem van Lidth de Jeude, geb. te Helmond 1 Febr. 1853, conservator van het rijksmuseum van natuurlijke historie te Leiden;
b. Wilhelmina Hendrika Elisabeth van Lidth de Jeude, geb. te Helmond 5 Febr. 1854, geh. te Utrecht 19 Sept. 1878 met Johan Vincent Westenberg, geb. in 1854, officier der cavalerie;
c. Johanna Jacoba van Lidth de Jeude, geb. te Schiedam 13 Sept. 1860;
d. Martinus Eliza van Lidth de Jeude, geb. te Schiedam 29 Mei 1862, rijksontvanger;

8e Jan Jacob van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 20 Dec. 1818, burgemeester van Drumpt en Wadenoyen, overl. te Drumpt 19 Jan. 1874, geh. te Tiel 1 Maart 1848 met Emma Elisabeth Petronella van Galen, geb. 2 Aug. 1819, bij wie hij verwekte:
a. Anna Wilhelmina Theodora van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 24 Oct. 1849, geh. te Avezaath 20 Oct. 1873 met Jacob Versteegh;
b. Emelie Petronella van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 24 Mei 1853, geh. met Mr. P. Rink, advocaat en procureur, lid van de prov. staten van Gelderland en van den gemeenteraad te Tiel;
c. Jasper van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 21 Juli 1855, overl. te Drumpt 25 April 1869;
d. Sara Johanna Alexandrina van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 30 Maart 1857, geh. aldaar 3 April 1879 met Mr. David Ragay, rentmeester van het kroon domein te Utrecht (zie later geslachtlijst Ragay) ;
e. Enima Elizabeth Petronella van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 5 Jui 1858, geh. met haren neef Mr. Willem Albert van Lidth de Jeude, later te noemen ;
f. Alexander van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 8 Sept. 1861;
9e Alexander van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 18 Dec. 1820, ongeh. overl. te Marseille 30 Jan. 1846;
10e  Johan Carel van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 8 Aug. 1823, geh. aldaar 3 Nov. 1859 met Willemina Hendrika de Roo, Jansdochter, uit welken echt o.a. te Tiel geb. werden:
a. Carel Willem Hendrik van Lidth de Jeude, geb. 19 Aug. 1863;
b. Cornelia van Lidth de Jeude, geb. 10 Dec. 1865.

 

IX Mr. Willem Frederik Carel van Lidth de Jeude, voornoemd, geb. te Tiel 28 Febr. 1815, advocaat en procureur bij de rechtbank aldaar, wethouder dier gemeente, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, overleed te Tiel 4 Mei 1874. Hij huwde aldaar 2 Nov. 1842 met Cornelia Wilhelmpje de Roo, zuster van Willemina Hendrika voornoemd.
Uit hunnen echt sproten voort, behalve vijf kinderen, die zeer jong stierven:
1e Theodora Carolina van Lidth de Jeude., geb. te Tiel 29 April 1844, geh. 18 Juli 1866 met Mr. Ary Pijnacker Hordijk, advocaat en procureur te Tiel;
2e Mr. Willem Albert van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 19 Nov. 1845, geh. aldaar 14 Aug. 1879 met zijne nicht Emma Elizabeth Petronella van Lidth de Jeude, voornoemd, uit welken echt te Tiel geboren werden:
a. Willem Frederik Carel van Lidth de Jeude, geb. 4 Febr. 1881 ;
b. Everhard Johan Jacob van Lidth de Jeude, geb. 11 Aug. 1882;
c. Albert Peter van Lidth de Jeude, geb 25 Maart 1884;

d. Cornelis Willem van Lidth de Jeude, geb. 25 April 1887;
3e  Willem Hendrik Eliza van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 19 Febr. 1847, commies 2e klasse der posterijen, overl. te Utrecht 9 Aug. 1883;
4e Johannes van Lidth de Jeude, tweeling met voorgaande;
5e Cornelis Philip van Lidth de Jeude, geb. te Tiel 10 Maart 1850;
6e Everhard Johan Carel van Lidth de jeude, geb. te Tiel 25 Oct. 1851, commies der posterijen, geh. te Arnhem 16 April 1885 met Clara Cornelia Rouffaer, dochter van jan en van E. y. Potter, uit welken echt geboren werd: Cornelia Wilhelmina van Lidih de Jeude, geb. te Maastricht 18 Jan. 1886;

7e  Mr. Martinus Eliza Johannes Jacobus van Lidth de Jeude, geb. 10 Aug. 1853, griffier bij het kantongerecht te Ridderkerk, geh. te Drumpt 13 Nov. 1885 met Geertruida Johanna Pijnacker Hordijk, geb. te Kerk-Avezaath 17 Juni 1865, dochter van Gijsbert Jan en van Maria van Steenis, bij wie hij verwekte: Maria van Lidth de Jeude, geb. te Ridderkerk 6 Sept. 1886;
8e  Cornelis Willem Frederic Carel van Lidth de Jeude, geb. 13 Aug. 1857.

 

 

 

VI Hendrik van Lidth de Jeude, vroeger genoemd, geb. te Tiel 7 Febr. 1678, heer van Gansoyen, luitenantkolonel van een regiment Schotten, ging na zijn tweede huwelijk naar Brabant, zijne drie oudste kinderen medenemende, overleed te Antwerpen 16 Maart 1755 en werd in de O. L. Vrouwe-kerk begraven.
Hij huwde tweemaal: eerst met Agneta Knips, vrouwe van Gansoyen, overl. in 1726 en begr. in de St. Pieterskerk te Leiden, dochter van Johannes en van Digna van Alphen, en daarna met Adriana Lidia Hamel, weduwe van Mr. Matthias de Vlamingh, vroedschap te 's-Hertogenbosch.

Uit het eerste huw. werden vijf kinderen geb.:
1e Diena van Lidth de Jeude, geb. te Bergen-op-Zoom 29 Juli 1717, religieuse der Ursulinnen, overl. te Antwerpen 12 Mei 1788;
2e Jan van Lidth de Jeude, geb. te Bergen-op-Zoom 17 Nov. 1719, cadet in het regiment van zijn vader;
3e Cornelis Philip van Lidth de Jeude, geb. te Dongen 29 Dec. 1720, overl. te Antwerpen 15 Aug. 1781; uit hem ontstond de in België bestaande tak van dit geslacht, die in 1855 in den adelstand verheven werd 1);
4e Mr. Thomas van Lidth de Jeude, geb. te Dongen 25 Nov. 1725, burgemeester van Delft, aldaar overl. 30 Jan. 1811, geh.: eerst 13 Maart 1769 met M. Stadlander, geb. te Amsterdam, overl. te Delft in Juni 1772, en daarna te Utrecht 24 Aug. 1775 met Susanna Cornelia Tissot van Patot, geb. 28 Aug. 1737, overl. te Delft 15 Jan. 1797; uit het eerste huw. werd geboren:
a. Johanna Françoise Emilia van Lidth de Jeude, geb. 2 Sept. 1770, geh. te Delft 2 Jan. 1807 met Gerardus Bernardus Matthias Luyken, geb. te Gouda in 1768, kapitein ter zee, overl. te Gouda 29 Jan. 1824; uit het tweede huw. sproten voort:
b. Maria Louise van Lidth de Jeude, geb. 13 Sept. 1776, overl. te Delft 10 Febr. 1805;
c. Henriette Cornélie Clemence van Lidth de Jeude, geb. te Delft in 1778, aldaar overl. 22 Sept. 1853, er geh. 20 Sept. 1815 met Jhr. Cornelis van der Goes van Naters;
5e Johanna van Lidth de Jeude, geb. te Dongen 8 Dec. 1726, overl. te Leiden 3 Jan. en begr. te Haarlem 10 Jan. 1784, geh. te Leiden 20 Oct. 1743 met François Rigail, geb. te Montauban 9 Dec. 1717, overl. te Haarlem 12 Nov. 1780, zoon van Jean en van Marguerite de la Gravere.

 

 

 

1) Zie: PHILIPPE DE L'ESPINOY, Recherche des antiqvitéz et noblesse de Flandre, Douay, 1632, blz. 338 en 339. De hierin vermelde de

Jeude's voeren evenwel een eenigszins ander wapen.

 

 

Uit:

STAM- EN WAPENBOEK van Aanzienlijke Nederlandsche Familiën, met Genealogische en Heraldische aanteekeningen, door A.A. Vorsterman van Oijen. Te Groningen bij J.B. Wolters, 1885, blz 227-230