II

a

 

Elisabeth BORSTIKEN
geb ca 1760
vader: Coenraad Borstiken
moeder:
Neeltje van der Beek
ber turftonster
overl Schiedam 12.05.1832
aangiftedatum 12 mei 1832 akte nr 149
otr Schiedam 30.11.1782
tr Schiedam 15.12.1782

Kort (Coert) Ludewig (Coenraad Lodewijk) WINCKELMANN
geb Hohenaverbergen (D) 19.05.1754
ged Hohenaverbergen (D) 21.05.1754
get Ann Sophie, de vrouw van Ludewig Ditmars uit Verden, Johan Hinrich, de zoon van Hinrich Lohmanns en Mette Margreht, de vrouw van Dirck Hasen uit Hohenaverbergen.
Doopaankondiging JG. 1754.5.353, nº 29, Duitsland.
ber
Lidmaat Evangelisch Lutherse Kerk: Schiedam 19.03.1780
als Coenraad Lodewijk Winkelman
.
overl Schiedam 14.01.1804
begr
pro deo Schiedam 17.01.1804

 

Beroep van Elisabeth Borstiken

Beroep, ambt

Turftonder, Turftonster

Een turftonster of turfvulster was een ambtenares in dienst van een gemeenschap (heerlijkheid, gemeente, stad) en werd daartoe aangesteld en beëdigd.
De wettelijke bepaling dat turf uitsluitend via een geijkte ton aan de koper mocht worden afgeleverd en dat die ton dan bovendien nog door een beëdigde functionaris op een voorgeschreven wijze moest worden gevuld, was er niet zozeer om de koper te vrijwaren tegen bedrog, als wel om de impost op turf te garanderen.
De Impost op turf varieerde naar de soort. Zo onderscheidde men heerbrand, grauwe panturf, zwarte en witte turf, enz.
De impost werd verpacht, soms in gedeelten naar de herkomst van de turf, soms alle turf aan een persoon of een combinatie van personen.
De pachter moest zorgen dat hij overal zijn collecteurs had om de verschuldigde impost in ontvangst te nemen. Voor een strikte nakoming van deze regels moest bij lossing uit de schuit of van de wagen de turf worden “gemeten”. Dit mocht alleen worden gedaan door beëdigde meters, zoals ook de aflevering aan de koper uitsluitend door gezworen dragers mocht geschieden. Die meters en dragers, tot welke categorie ook onze turftonster moet worden gerekend, moesten geregeld aan de collecteur van de impost opgeven hoeveel tonnen – of zakken of manden – zij hadden gemeten en gedragen, de herkomst van de turf en aan wie die was geleverd.
Als arbeidsloon mocht wel één duit per ton van de schipper of turfboer worden gevraagd en één duit van de koper van de turf. Zij moest dus vier tonnen turf hebben afgemeten – zoals was voorgeschreven: de ton met de manden volstorten tot aan de rand, de ton alsdan driemaal schudden of over en weer over te halen en weer aan te vullen tot aan de rand – om een stuiver te hebben verdiend.
Vaak waren er meer turftonsters daar turf sinds de 17e eeuw de meest algemene soort brandstof was geworden. Dat kwam doordat men vrijwel door ons houtbos heen was geraakt. Het zijn meest getrouwde vrouwen die het ambt vervullen.

- Genealogie van Sophia Elizabeth Winkelman
-
Wazamar archief

bronnen:

- Genlias
- Oostbroek en De Bilt C.S., Mr. P.H. Damsté, 1978 De Walburg Pers, Zutphen, ISBN 9060011.045.5

Voor reacties