|
------- Op den elfden dag van de maand Mei des jaars Achttienhonderd Zes en tachtig.
Zijn voor Antonie Hermans, Notaris residerende te Brielle, en in tegenwoordigheid
der hierna te noemen getuigen, gecompareerd:
1----- Mejuffrouw Johanna
Petronella Terwiel, zonder
beroep, wonende te Hellevoetsluis, weduwe van den Heer Jan
Cornelis Steijvers van Orselen, in
leven zonder beroep gewoond hebbende en op den achtsten Augustus
Achttienhonderd vijf en tachtig, overleden te Hellevoetsluis.
2 ---- De Heer Willem Johannes Steijvers van Orselen,
melkboer, wonende te Nieuw-Hellevoet
3 ---- De Heer Cornelis Leendert van Orselen,
bouwman, wonende te Nieuw-Hellevoet.
Zijnde de comparanten aan den Notaris bekend.
Dewelke comparanten verklaard hebben, dat de genoemde Heer Jan Cornelis
Steijvers van Orselen, in gemeenschap van goederen bij tweede huwelijk is
gehuwd geweest met de eerste Comparante en tot
zijne erfgenamen heeft nagelaten voor het beschikbaar gedeelte zijner
nalatenschap, krachtens zijn testament op den twaalfden Mei Achttienhonderd
vier en tachtig verleden voor den in het hoofd dezes gemelden
Notaris zijne Echtgenoote de eerste Comparante en voor het onbeschikbaar gedeelte zijner
nalatenschap zijn beide zoons de twee laatste Comparanten geboren uit zijn
eerste huwelijk met zijn vooroverledene Echgenoote Keetje
Rietdijk, terwijl hij erflater bij zijn genoemd testament heeft
gelegateerd aan de eerste Comparante, het hiernatemelden huis en erf te Hellevoetsluis N 515,
benevens al de roerende goederen zijner nalatenschap en zijns boedels of wel
zoovele van al die goederen als zij mocht verlangen te aanvaarden,
uitgezonderd gereede gelden, effecten en inschulden en de tot zijn persoonlijk gebruik behoorende kleren en goederen en zilveren lijfsieraden,
alles onder voorwaarde dat de geschatte waarde dier goederen moet worden
ingebracht of verrekend met het haar legatarische
toekomende.
Dat zij Comparanten allen ten deze agerende, zoo krachtens de voorzegde
huwelijksgemeenschap, als, erfgenamen der nalatenschap van genoemde
overledenen Heer Jan Cornelis Steijvers van Orselen, en mits dien als
eenige gerechtigden tot den boedel in gemeenschap bezeten tusschen
laatstgenoemden en de eerste Comparante en tot de
nalatenschap van dezelven Heer Jan Cornelis
Steijvers van Orselen, welke in dien boedel is vervat, met elkander zijn
overeengekomen om bij deze overtegaan tot de
afgifte en aanneming van het bij voor aangehaalde testament gelegateerde in
dier voege, als hierna blijkt en tot scheiding en verdeeling
van gemelden boedel en nalatenschap, tot welk einde
zij Comparanten zich vereenigen met de waarde der
roerende goederen, zooals dezelve is vermeld in de
acte van beschrijving dezes boedels en nalatenschap den negenden September
laatstleden, voor gemelden Notaris verleden der
onroerende goederen waarop deze zijn geschat door de Heren Gabriel Spoon, Hoogheemraad van Voorne, Pieter van den Ban
Jacobszoon, Grondeigenaar en bouwman beiden wonende te Nieuw-Hellevoet en Adrianus Jacobus van den Heuvel,
metselaar, wonende te Hellevoetsluis, als deskundigen door de Comparanten tot
die schatting benoemd en als zoodanig beedigd door
den Heer Kantonrechter te Brielle, blijkens diens geregistreerd procesverbaal van den veertienden September des vorigen jaars, en welke
deskundigen van deze hunne schatting hebben uitgebracht een rapport, hetwelk
aan deze is geannereerd om met deze tegelijk ter
registratie te worden aangeboden.
Dat zij Comparenten dientengevolge allereerst bij
deze afgifte doen, gelijk de Comparente Johanna
Petronella Terwiel verklaart aan te nemen.
Enz, enz.
|