E.M. Teenstra
Groningse landbouwer die in 1909 voor het district
Zuidhorn als vrijzinnig-democraat in de Tweede Kamer kwam. Was daar
woordvoerder op het gebied van landbouw en nijverheid. In de veronderstelling
dat zijn partij zetels zou verliezen en hij kans liep niet herkozen te
worden, verliet hij begin 1922 met Van Beresteyn de VDB-fractie. Nam in dat
jaar zonder succes als lijsttrekker van de Plattelandspartij deel aan de
verkiezingen.
Edsge Marten
geboorteplaats en -datum
partij(en)
overzicht
type of school en plaats middelbaar onderwijs
als parlementariër
algemeen
literatuur
samenlevingsvorm |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
- http://www.parlement.com/9291000/modulesf/g6yal34r
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
PLATTELANDSPARTIJ Oprichter, voorzitter en lijsttrekker van de Plattelandspartij was
de Groninger Edsge Marten Teenstra. Van 1909 tot 1922 zat Teenstra als de
landbouwspecialist van de fractie van de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB)
in de Tweede Kamer. Zijn vertrek uit de VDB hing samen met zijn onvrede over
de wijze waarop de partij de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van 1922
had samengesteld. Het VDB-bestuur had besloten om de eerste twee plaatsen te
reserveren voor partijleider H.P. Marchant en mevrouw B. Bakker-Nort, terwijl
de overige plaatsen per referendum zouden worden verdeeld. Deze procedure
leidde echter tot protesten van een aantal kandidaten dat meende recht te
hebben op een hogere positie dan hen was toegewezen. Het Tweede-Kamerlid Van
Beresteyn verliet de partij om die reden en richtte een eigen Comité voor de
Verkiezing van Onafhankelijke Kamerleden (Onafhankelijke Partij) op. Teenstra, die
op de vierde plaats was terechtgekomen, was van mening dat het referendum was
misbruikt door P.J. Oud om zijn eigen
plaats op de kandidatenlijst veilig te stellen. De uitslag van het
referendum was, zo liet Teenstra weten, ‘een slag in het gezicht van het
platteland’. Oud was volgens hem ‘militaristisch’, terwijl de ‘despotische’
Marchant ‘te veel naar de socialisten neigde’. Op een partijcongres op 18 en
19 februari 1922 haalde Teenstra nogmaals in felle en weinig tactische
bewoordingen uit naar Oud en Marchant. Zijn kritiek werd echter door het
congres unaniem verworpen, waarop Teenstra de partij verliet. Twee weken
nadien, op 8 maart 1922, stond Teenstra aan de basis van de oprichting van de
Land- en Tuinbouwpartij. Eind april 1922 presenteerde de partij haar
beginselprogramma, terwijl ze ook een nieuwe naam aannam: de
Plattelandspartij. Teenstra wilde met de partij, zo heette het in het
oprichtingsbesluit, de ‘geheele boerenstand’ sterker bij de politiek
betrekken. Hij hoopte dit te bereiken door economisch deskundige landbouwers
naar de Tweede Kamer af te vaardigen, die initiatiefvoorstellen zouden moeten
indienen, die vooraf door de boerenbevolking waren beoordeeld. ‘De Regeering
en het Parlement zullen dan kunnen weten, wie er achter de voorstellers
staat’, aldus de Plattelandspartij. In het beginselprogramma heette het dat
de partij in ‘den bloei van het Platteland den grondslag voor het
maatschappelijk en zedelijk welzijn van het geheele Nederlandsche volk’ zag.
Daarom pleitte de Plattelandspartij ook voor de bestrijding van
overheidsmaatregelen, die de land- en tuinbouw in hun ontwikkeling zouden
belemmeren. Wel zag de partij een taak voor de overheid weggelegd bij het
aanbrengen van allerlei infrastructurele verbeteringen op het platteland. Voorts werd gepleit voor de toekenning van een
premievrij staatspensioen voor ouden en invaliden en voor vermindering van de
defensieuitgaven. Een eigen periodiek heeft de partij, zover bekend, nooit
gehad, terwijl ook statuten ontbreken. Het heeft er alle schijn van dat de
partij weinig meer dan een comité voor de verkiezing van Teenstra is geweest.
Behalve Teenstra hadden weinig prominente landbouwers zich op de
kandidatenlijst van de partij laten zetten. Haar campagne voor de
verkiezingen voor de Tweede Kamer op 5 juli 1922 voerde de partij dan ook
voornamelijk in het thuisland van Teenstra, de provincie Groningen. In deze
provincie behaalde de partij bijna een derde van de in totaal 10.628 op haar
uitgebrachte stemmen (0.36%). Het was te weinig voor de herverkiezing van
Teenstra. Ironisch genoeg zou Teenstra wel zijn herkozen als hij genoegen had
genomen met de vierde plaats op de lijst van de VDB. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bronnen
-
Genlias