185

185






184





---


 

Jacoba van MAASWINKEL
ged Vlaardingen 24.03.1769
get Antonij Buiteweg, Jacoba van Noorwegen, Neeltje Buiteweg
ber
turftonster
overl Vlaardingen 01.06.1823
tr 1 Vlaardingen 05.09.1790
Jan BUIJS
ged Vlaardingen 22.09.1765
ber
timmerman(sknecht), zeeman
overl Vlaardingen 11.09.1808
otr 2
Vlaardingen 12.04.1811
tr 2
Vlaardingen 28.04.1811
Gerrit VOORBURG
geb
Vlaardingen
ged Vlaardingen 12.12.1779

vader: Pieter Gerritsz. Voorburg
moeder:
Gerritje Engelsd. Harpers
ber arbeider, schippersknecht
overl
Vlaardingen 09.02.1815
Gerrit Voorburg is weduwnaar van Ariaentje Starrenburg

 

Beroep van Jacoba van MAASWINKEL

Beroep, ambt

Turftonder, Turftonster

Een turftonster of turfvulster was een ambtenares in dienst van een gemeenschap (heerlijkheid, gemeente, stad) en werd daartoe aangesteld en beëdigd.
De wettelijke bepaling dat turf uitsluitend via een geijkte ton aan de koper mocht worden afgeleverd en dat die ton dan bovendien nog door een beëdigde functionaris op een voorgeschreven wijze moest worden gevuld, was er niet zozeer om de koper te vrijwaren tegen bedrog, als wel om de impost op turf te garanderen.
De Impost op turf varieerde naar de soort. Zo onderscheidde men heerbrand, grauwe panturf, zwarte en witte turf, enz.
De impost werd verpacht, soms in gedeelten naar de herkomst van de turf, soms alle turf aan een persoon of een combinatie van personen.
De pachter moest zorgen dat hij overal zijn collecteurs had om de verschuldigde impost in ontvangst te nemen. Voor een strikte nakoming van deze regels moest bij lossing uit de schuit of van de wagen de turf worden “gemeten”. Dit mocht alleen worden gedaan door beëdigde meters, zoals ook de aflevering aan de koper uitsluitend door gezworen dragers mocht geschieden. Die meters en dragers, tot welke categorie ook onze turftonster moet worden gerekend, moesten geregeld aan de collecteur van de impost opgeven hoeveel tonnen – of zakken of manden – zij hadden gemeten en gedragen, de herkomst van de turf en aan wie die was geleverd.
Als arbeidsloon mocht wel één duit per ton van de schipper of turfboer worden gevraagd en één duit van de koper van de turf. Zij moest dus vier tonnen turf hebben afgemeten – zoals was voorgeschreven: de ton met de manden volstorten tot aan de rand, de ton alsdan driemaal schudden of over en weer over te halen en weer aan te vullen tot aan de rand – om een stuiver te hebben verdiend.
Vaak waren er meer turftonsters daar turf sinds de 17e eeuw de meest algemene soort brandstof was geworden. Dat kwam doordat men vrijwel door ons houtbos heen was geraakt. Het zijn meest getrouwde vrouwen die het ambt vervullen.

bronnen:

- Genealogie van Huijbregt van Maaswinkel
- Oostbroek en De Bilt C.S.
, Mr. P.H. Damsté, 1978 De Walburg Pers, Zutphen, ISBN 9060011.045.5
- Wazamar archief

voor reacties
Walter Andreas Groen