WO II

PersoonsBewijs 1941 - 1945

 

 


PB-40-45-1-80.gif
PB

1941-1951

Inleiding
Inhoud

Vooraf
Invoering
Vervolg:
1 2 3
Vervalsen
Einde

Personen

Letter-
Nummer-
Gemeente

Verwijzingen
 Bronnen
Literatuur

 

Voor reacties

 


Een identiteitsbewijs, in Nederland tijdelijk uitgereikt vanaf 1941 tot in 1945. Tevens bewijs van opneming in het bevolkingsregister. Een ieder boven de 15 jaar moest in bezet Nederland een speciaal persoonsbewijs (PB) bij zich dragen.

Invoering van het Persoonsbewijs

 

Terug


In juni 1940 werd door de
waarnemer van de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken in ballingschap de Secretaris-generaal, mr. K.J. Frederiks *, besloten tot de invoering van een Persoonsbewijs, dat tevens een bewijs was van opneming in het bevolkingsregister.

In juli 1940 ging J.L. Lentz * aan het werk en ontwierp in enkele maanden het identiteitsbewijs.
De invoering van de identificatieplicht begin september 1940 was een belangrijk hulpmiddel.

Alle Nederlanders vanaf vijftien jaar kregen eerst een voorlopig persoonsbewijs uitgereikt. Hiervoor kon de distributiestamkaart gebruikt worden. Aan de stamkaart moest dan wel een pasfoto gehecht worden, terwijl het geheel daarna door ambtenaren van de gemeentelijke bevolkingsregisters van een stempel voorzien moest worden.
Men was vanaf dat moment verplicht een legitimatiebewijs bij zich te dragen en op aanvraag te tonen.
Per 1 oktober 1940 moest iedere Nederlander zich kunnen legitimeren met een distributiestamkaart met pasfoto, een geldig paspoort, een bewijs van Nederlanderschap of een door de Burgemeester af gegeven tijdelijk identiteitsbewijs.

17 oktober 1940 kwam het besluit tot invoering van het Persoonsbewijs.
Het drukken van de PB’n gebeurde in Den Haag en de zegels bij de firma Joh. Enschedé te Haarlem.
Per 1 maart 1941 werd begonnen met de uitreiking van drie modellen persoonsbewijzen aan Nederlanders, Nederlandse onderdanen en vreemdelingen van 15 jaar en ouder.

Klik op de afbeelding en hij wordt groter.


Uitreiking-PB-1941-700.gif

Degene die volgens het bevolkingsregister in aanmerking kwam voor een PersoonsBewijs kreeg een Oproepkaart (een schriftelijke “Uitnoodiging”). Op deze oproepkaart waren persoonlijke gegevens van tevoren ingevuld. De opgeroepen persoon moest twee op voorgeschreven wijze gemaakte pasfoto’s mee nemen.

pbaff-300.gif

Op het gemeentehuis of de daartoe bestemde ruimte, werd de oproepkaart door een ambtenaar compleet gemaakte met de ene pasfoto, een afdruk van de rechter wijsvinger en een handtekening van de opgeroepen persoon.
De
oproepkaart werd door de gemeente verzonden aan het Centraal Bevolkingsregister te Den Haag en hierbij het ontvangstbewijs persoonsbewijs.

Aan de hand van deze Oproepkaart werd door deze ambtenaar een Persoonsbewijs samengesteld.
De andere pasfoto werd gelijmd over een speciale uitsparing in het PB. Op de keerzijde van de foto werd een afdruk van de rechterwijsvinger geplaatst. Hier overheen werd een
legeszegel met doorzichtige binnenzijde geplakt. De betrokkene moest tevens een vingerafdruk van de rechterwijsvinger plaatsen in een daarvoor bestemd  rechthoek op het middendeel van het PB.
Na ondertekening van het PB en het voldoen aan de
leges kon het PB worden uitgereikt.
De gemeente hield de uitgifte van de PB’n en de legeszegels nauwkeurig bij.

Vanaf 1 januari 1942 was men verplicht het PB bij zich te dragen.


wenken-PB-18347-vz-350.gif      wenken-PB-18347-az-350.gif

-

Vervolg 1

-

 

NOTEN

1 - Karel Johannes Frederiks
2
- Jacobus Lambertus Lentz

 

 

 

© WAZAMAR
sinds 1995

Hoewel er naar gestreefd is correcte informatie te verschaffen, kan niet worden gegarandeerd dat de informatie op het moment waarop deze is geplaatst na verloop van tijd nog steeds juist is. Aan de inhoud van deze webhalte kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.