Uit:

Rotterdamse Geslachten, 1e bundel Ao 1925.
Nederland’s Patriciaat, 15e jaargang 1925, blz 127-129

 

ENGELS,

Protestant.

 

 

Wapen: In blauw een aanziend gestelde engel, goud gekleed, de vleugels zilver, oprijzende uit eene los in ‘t schild staande wolk, houdende onder

de linker arm een rood boek en in de rechterhand een gouden kandelaar met brandende kaars in natuurlijke kleur.

Helmteeken: de engel op de wolk, doch houdende in de rechterhand, in plaats van het boek, een groene palmtak.

Dekkleeden: goud en blauw.

 

 

Stamreeks 1).

 

I. N. N. Engels 2), lakenfabrikant.

 

II. Ds. Petrus Engels, predikant te Kettwig (Rijnprov.), overl. 12 Oct 1666, tr. als weduwnaar van Anna Grimmhold, 2e  Margaretha Schwarz, dr. van Ds. Michael Schwarz te Duisburg.

 

III. Johann Peter Engels, geb. 24 Mei 1659, koopman te Kettwig, tr. Margaretha Bergmann, overl. in 1727.

 

IV. Johann Theodor Engels, geb. in 1695, overl. Kettwig 12 Jan. 1756, tr. als weduwnaar van M. Lejeune, 2e in 1718 Catharina Margaretha Heymans, geb. Otzenrath (Rijnprov.).

 

V. Adolf Peter Engels, geh. 13 Nov. 1719, burgemeester van Werden (Rijnprov.), tr. (vermoedelijjk Keulen) Katkarina Agnes Nierstrasz, geb. Keulen.

 

VI. Theodor Isack Engels, geb. Werden 12 Oct. 1748, koopman te Amsterdam, overl. na 1833, tr. Frederika Tuckermann, ged. Duisburg 1 Jan. 1766, overl. Amsterdam 27 Nov. 1832, dr. van Johann Matthias en Maria Elisabeth Striebeck.

 

VII. Peter Arnold Engels, geb. Amsterdam 1 Sept. 1791, koopman, overl. Amsterdam 30 Juni 1860, tr. Amsterdam 29 April 1818 Dorothea Catharina Redeker, geb. Amsterdam 10 Maart 1796, overl. Haarlem 13 April 1878, dr. van Carl Frederik en Anna Debora Backer.

 

VIII. Jacobus Willem Karel Engels, geb. Weesp 25 Oct. 1829, graanhandelaar te Rotterdam, overl. Rotterdam 29 April 1900, tr. 1e ‘s Gravenhage 10 Juli 1861 Henriëtte Louise Ferleman, geb. ‘s Gravenhage 3 Sept. 1835, overl. ’s Gravenhage 16 Oct. 1919, dr. van Johannes Godefridus en Julie Louise Engels.


Uit dit huwelijk:

1. Julie Arnoldine Engels, geb. Rotterdam 19 Feb. 1864. tr. Rotterdam 15 Juli 1886 Jan Jacob Havelaar, geb Rotterdam 20 Maart 1857, lid der firma Jan Havelaar & Zoon te Rotterdam, overl. ‘s Gravenhage 3 Sept. 1909, zn. van Jacob Petrus en Catharina Albertina Rueb. [reizende, thans Budapest.]

2. Arnold Theodoor Engels, geb. Rotterdam 23 Juni 1865, overl. ‘s Gravenhage 4 Juli 1913.

3. Dorothea Johanna Engels, geb. Rotterdam 20 Mei 1867, [reizende, momenteel ‘s Gravenhage] tr. Rotterdam 19 Juni 1890 (door echtscheiding ontbonden Dordrecht 8 Aug. 1912) Cornelis Vriesendorp, geb. Dordrecht 30 Dec. 1861, zn. van Jacob en Clasina Anthonette Helena de Reus.

4. Johanna Cornelia Engels, geb. Rotterdam 9 Oct. 1868, tr. Rotterdam 3 Juni 1892 Mr. Henri Boudewijn van der Elst, geb. Zutphen 31 Mei 1859, griffier kantongerecht te Sommelsdijk 1891, substituut-griffier rechtbank te Tiel 1895, griffier kantongerecht te Amsterdam 1907-11 (op wachtgeld), zn. van Johannes en Henriëtte Hester Constantia Roberta Johanna Cluysenaer. [Hilversum]

5. Theodoor Karel, volgt IX.

6. Henri Jacques Engels, geb. Rotterdam 21 Juli 1875, administrateur van een Hotelconcern te New York, overl. New York 13 Mei 1923, tr. New York 27 Dec. 1922 Edith Wells, geb. New York. [New York.]

 

IX. Theodoor Karel Engels, geb. Rotterdam 31 Mei 1870, commissionair in granen, lid der firma Engels & Co., tr. Rotterdam 16 Juni 1904 Emilie Dunlop, geb. Rotterdam 8 Dec. 1872, dr. van Samuel en Catharina Hillegonda Dalen. [Voorburg], overl. Apeldoorn 25 November 1949.


Uit dit huwelijk:

1. Jeanne Engels, geb. Rotterdam 26 Maart 1905.

2. Julie Arnoldine Engels, geb. Rotterdam 19 Oct. 1907.

 

 

 

NOTEN

 

1) Generatie 1-V ontleend aan: Arbor consanquinitutis, Stammbaum der Familie Engels und verwandten Familien.

Hochdahl, 1913, De ,,Stammbaum” loopt voor zoover het de Nederlandsche linie aangaat slechts tot Peter Arnold Engels, hierboven onder VII vermeld, zijne nakomelingschap was den samenstellers blijkbaar onbekend.

2) Hij zou volgens de in noot 1 der genoemde genealogie, een zoon zijn van N. N, l’Ange, die omstreeks de jaren 1558-60 uit Nimes naar Kettwig zou zijn uitgeweken en aldaar het beroep van lakenfabrikant uitoefenen. (Vgl. A. v. Recklinghausen, Reformafionsgeschichte der Länder Jülich, Berg etc.)