|

|
Beschrijving:
Schild: In blauw een steigerende
eenhoorn staande op een wassenaar, alles zilver, aan weerszijden vergezeld
van zes gouden sterren (2-2-2).
Helmteken: Drie blauwe struisveren, elk
beladen met drie gouden sterren, waaiersgewijs geplaatst
Dekkleed: blauw, gevoerd van zilver.
|
|
Er zijn twee geslachten van den naam Aebinga geweest; het eene werd
genoemd Aebinga van Blija, terwijl
het andere den naam droeg van Aebinga
tot Hijum en Hallum. Het eerste had tot stamvader Sjoert Aebinga tot Blija, het laatstgenoemde Gosse Aedinga tot Hijum en Hallum; deze tak stierf echter reeds
in het begin der 17e eeuw uit. Sjoert
Aebinga tot Blija huwde met Beijts
Bolta; hun kleinzoon Sjoert leefde
in 1511 en was drie malen gehuwd. Uit zijne tweede vrouw Geel Mockema, Juws dochter,
stamt het geslacht Aebinga van Humalda
af, die den naam ontleende aan zijne derde vrouw, Beyts van Humalda, Frans
dochter, weduwe van Jarrich Foppes
Popma, van Terschelling.
Hun kleinzoon Sjuck Aebinga van
Humalda, die stierf in 1579, was driemalen gehuwd; uit zijn tweede
huwelijk met Franscke van Groestra,
Joppes dochter, werd geboren Frans,
die zich in tweede huwelijk verbond met Ebel
van Meckema, Pijbes dochter; zij stierf in 1662 en liet na Sjuck Aebinga van Humalda, die
curator was der Hoogeschool te Franeker en in 1679 stierf, na tweemalen
gehuwd te zijn geweest. Uit zijne tweede vrouw Deijtzen van Roorda, Binnerts dochter, die den 8 Mei 1702 stierf
en weduwe was van Jarrich Sickes van
Grovestins, kwam Frans Binnert
Aebinga van Humalda voort, die in 1699 huwde met Clara Feijona van Grovestins, Idzarts dochter.
Hun zoon Binnert Philip Aebinga van
Humalda, werd den 10 April 1709 geboren, ging in dienst bij de
kavallerie, was in 1766 generaal-majoor en stierf den 14 October 1791 , oud
82 jaren. Bij zijne vrouw Catharina
Johanna van Sminia, Idzarts dochter, liet hij vier kinderen na.
Met hun zoon Jonkheer Idzert Aebinga
van Humalda, die te Leeuwarden den 12 September 1754 geboren werd,
gouverneur der provincie Friesland en gehuwd was met Isabella Boreel van Haersma, Jacobs dochter, stierf den 21
Februari 1834 dit aanzienlijk Friesch geslacht uit.
|
|
In het Wapenboek van A. FERWERDA en
in het Stamboek van DE HAAN HETTEMA en VAN HALMAEL komt de genealogie van dit
geslacht voor, terwijl in de Vrije Fries, D. I, een artikel voorkomt van 11.
8. VAN SMINIA, getiteld: Het geslacht Aebinga tot Hijum en Hallum.
|
|
Aebinga
|
|
Wapen: in blauw
een steigerende eenhoorn staande op een wassenaar, alles zilver, aan
weerszijden vergezeld van zes gouden sterren (2-2-2).
Helmteken: drie blauwe struisveren, elk beladen met drie gouden
sterren, waaiersgewijs geplaatst (bron 1, 2, 3, 4).
Dekkleden: blauw, gevoerd van zilver.
Schildhouders: klimmende zilveren eenhoorns, goud gehoornd
(bron 4)
Opmerkingen: Helmteken: een uitkomemde zilveren eenhoorn, goud
gehoornd en gehoefd (bron 4)
|
|
Wapenvoerder: Aebinga
Van Humalda.
Bron: 1
Wapenvoerder: Aebinga
Van Humalda.
Bron: 2
Wapenvoerder: Aebinga
Bron: 3
Wapenvoerder: Aebinga
Nu Humalda.
Bron: 4
|
|
Bron 1:
CBG, GHS 50A12, B.F.W. von Brucken
Fock, Friese Familiewapens. Wapens van oud- adellijke &
geadelde, eigenerfde, & enkele patricische familiën van frieschen
oorsprong in Friesland tusschen Fly en Eems, waarbij gevoegd zijn wapens
van enkele niet-friesche familiën, die aldaar goederen bezaten en ampten
bekleedden, blz.4.
Bron 2:
CBG, GHS 50A11, B.F.W. von Brucken
Fock, Friese Familiewapens, blz.6.
Bron 3:
CBG, A.A. Vorsterman van Oijen, Stam- en Wapenboek van aanzienlijke
Nederlandsche Familiën met genealogische en heraldische aantekeningen, pl.
1.
Bron 4:
CBG, GHS 50B24, F.L. van Burmania.
Adelijk wapenboeck. Begonnen in den jare 1748 en geijndigt anno 1755, 1e
deel, blz. 17.
|
|