|
Het was een hete dag op Bonaire. De zon scheen fel en er was weinig
wind. Over de rotsen van Lima huppelde Cindy achter haar moeder aan. Cindy
was een klein ezelveulentje. Ze was nog maar twee dagen oud. Ze wilde dicht
bij haar moeder blijven. Bij haar was ze veilig en kon ze af en toe wat melk
drinken. De moeder van Cindy zocht wat planten om te eten. Cindy was heel
nieuwsgierig. Ze wilde de hele wereld ontdekken. Er was ook zo veel om te
zien: rotsen, cactussen, bloemen, hagedissen, vogels en nog veel meer.
Opeens zag Cindy een kododo. Ze wilde er naar toe maar de kododo liep weg.
Cindy volgde hem en vergat helemaal dat zij bij haar moeder moest blijven. Ze
raakte de weg kwijt.
Opeens stonden drie jongens om haar heen. De jongens lachten. ‘Kom we pakken
de ezel’, zei één van de jongens. Cindy werd heel erg bang. Ze keek om zich
heen maar zag haar moeder niet. De jongens deden een doek om Cindy’s nek en
namen haar mee.
Cindy was nog nooit zo bang geweest. Maar ze kon niets doen want de jongens
waren veel sterker dan zij. De jongens hadden de grootste lol. Ze renden door
de mindi richting Belnem. Cindy vond het doodeng en ze kreeg ook erge honger.
Waar was haar moeder gebleven? ‘Mamma mamma’ gilde ze. Heel in de verte
hoorde ze haar moeder balken.
Toen ze op de grote weg reden richting Playa, kwam er opeens een auto naast
hun rijden. Een grote meneer keek de jongens boos aan: ‘Wat zijn jullie nou
aan het doen? Dat arme ezeltje hoort bij haar moeder. Als ze geen moedermelk
krijgt gaat ze dood. Weten jullie dat niet?’. De jongens keken elkaar aan.
Nee, dat wisten ze niet. Ze hadden er direct spijt van dat de Cindy bij haar
moeder vandaan hadden gehaald.
’We brengen haar terug naar haar moeder!’, zei één van de jongens. Ze reden
terug naar de plek waar zij Cindy gevonden hadden. De mijnheer reed met hun
mee. Maar nergens konden ze meer de moeder van Cindy vinden. Cindy begon
zielig te balken. Ze had heel veel honger gekregen en ze miste haar moeder.
’Nu kunnen jullie nog maar één ding doen’, zei de mijnheer. ‘Jullie moeten
haar naar de Donkey Sanctuary brengen. Daar zullen ze goed voor haar zorgen’.
En dat deden de jongens. Bij de Donkey Sanctuary werd Cindy goed verzorgd.
Elke 3 uur kreeg ze een flesje met melk te drinken. En ze kon op een lekker
zacht plekje slapen.
Cindy bleef haar moeder wel erg missen. Maar gelukkig waren er op de Donkey
Sanctuary nog veel andere ezels die heel lief voor haar waren.
Beauty was het vriendje van Cindy. Beauty was ook een klein ezeltje zonder
moeder. Zijn moeder was gestorven nadat hij was geboren. Samen met Beauty
liep Cindy over het terrein van de Donkey Sanctuary: hun nieuwe huis.
En iedere zaterdag kwamen de jongens naar de Donkey Sanctuary toe om Cindy
gedag te zeggen en haar een worteltje te brengen. En…. Ze hadden gezworen nooit
meer een ezeltje te vangen.
En Cindy werd een grote sterke ezel.
|
|
Het verhaal van Aisopus uit 600 voor
Christus.
Een grazende ezel zag een wolf op zich
afrennen en deed toen net alsof hij mank was. De wolf kwam naderbij en vroeg
waarom hij zo hinkte. Hierop antwoordde de ezel dat hij door de omheining was
gelopen en daarbij in een doorn had getrapt. ‘Trek die alsjeblieft eerst uit
mijn poot voordat je me opeet. Anders haal je je tong nog open’ , zei de
ezel. Dat leek de wolf een goed plan en tilde de poot op. Toen hij met al
zijn aandacht bij de hoef was, gaf de ezel hem zo’n trap dat zijn tanden uit
zijn bek vlogen. De toegetakelde wolf zei ten: ‘Het is min eigen schuld. Had
ik maar nier voor dokter moeten spelen, terwijl ik bij mijn vader voor slager
heb geleerd’.
-- Moraal van dit
verhaal: ‘Doe alleen dat waar je goed in bent’. --
|