WAZAMAR

Donkey Sanctuary Bonaire

 

 

Donkey
Sanctuary
Bonaire

Inhoud

Inleiding

De ezel

Ezels op Bonaire

Bedreiging en bescherming van ezels

De ezels van Donkey Sanctuary

De ezel in het Papiamentu en Nederlands

Verhalen

Sitemap

Links

 Voor reacties
Walter Andreas Groen

 

Ezels op Bonaire

 

Voor de komst van de ezel.

 

Er woonden voor de ontdekking van dit gebied in 1493 door Europeanen, indianen op Bonaire. Deze Caquetio indianen kwamen uit Venezuela,  80 kilometer van Bonaire en behoorden (uit wat vondsten aantonen) tot de Arawak indianen uit het noorden van Zuid-Amerika.
Volgens de overlevering was de eerste Europeaan op Bonaire in 1499, een Spanjaard,  Alonso de Ojedo, reisgezel van een andere en bekendere ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci. Veel zoet water en delfstoffen (goud) vonden ze niet en Bonaire was ongeschikt voor andere economische mogelijkheden.
Overigens werden de op Bonaire wonende indianen ziek door gebrek aan weerstand tegen Europese ziekten (cholera) of vluchtten van het eiland af. De overigen werden in 1515 overgezet naar het eiland Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek) om daar te werken in de kopermijnen en op de plantages. Bonaire bleef vrijwel onbewoond achter.

 

De komst van de ezel.

 

In 1526 wilde de Spaanse gouverneur van de ABC eilanden vee gaan houden op Bonaire. Hij liet caquetio indianen als arbeidskrachten uit Hispaniola terugkeren en bracht paarden, koeien, schapen, geiten, ezels en varkens naar het eiland. Dit voor het leveren van huiden aan de leerlooierijen van Curaçao. Deze dieren hadden niet veel verzorging nodig en zwierven over het eiland.
Verwilderde nazaten van deze ezels en geiten lopen heden nog op het eiland rond.

Johannes van Walbeeck nam in 1634 Bonaire in bezit voor de West Indische Compagnie. Bonaire werd een plantage (maïs, vee) ten behoeve van het snel ontwikkelende Curaçao in verband met de slavenhandel. De winning en export van zout en verfhout speelden daarnaast een steeds grotere rol. Bij het raspen van de bast van het verfhout komt een rode verfstof vrij. Dit raspen gebeurde onder meer in de Amsterdamse gevangenis van die tijd, om die reden ook wel ‘rasphuis’ genoemd.

 

Verder met de ezels.

 

Ze werden gebruikt als rij- en lastdier.
In 1762 werden 2130 ezels geteld.
Tegen het einde van de 18e eeuw liepen er grote kuddes half verwilderde ezels rond op zowel Bonaire als Aruba en Curaçao.
In 1823 werd het fokken van ezels door particulieren verboden. Er werden ook veel ezels geëxporteerd naar de Bovenwindse eilanden. Zo komen er ook nog veel ezels voor op St. Eustatius.

De komst van auto’s en machines namen het werk van de ezel over, waardoor hij uit de mode raakte.
Ze werden aan hun lot overgelaten en verwilderden.
In 1925 werd met deze export gestopt.
In 1955 werd de ezel ‘vogelvrij’ verklaard. Wat betekent dat een ieder uit de mondi de dieren mocht pakken.
In zijn boek “Bonaire, van Indianen tot Toeristen”, schrijft Johan Hartog dat halverwege de vijftiger jaren van de vorige eeuw de ezelspopulatie met 200 stuks per jaar steeg.
In 1954 waren er ca 800 ezels. In 1955 1000 en in 1956 1200. Deze cijfers komen overeen met de jaarverslagen van de overheid.

 

 

De ezel als rij- en lastdier

KIT

 

De ezels op Bonaire begin 2005.

 

Op Bonaire leven nu ongeveer 500 tot 600 wilde ezels. Ze kwamen over het hele eiland verspreid voor in kleine groepjes tot wat grotere kudden.
Echter door de onnodig veel gedode en gewonde ezels bij ongevallen en mishandeling werden de meeste vrij rondlopende ezels in een natuurlijke, beschermde leefomgeving onder gebracht. Wat Marina Melis begon als ezelopvang voor het wel en wee van het ezelbestand op Bonaire lijkt na een uitbreiding met 60 hectare grond een reservaat te worden waar straks meer dan 300 ezels verblijven.

 

 


© WAZAMAR
sinds 1996

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

web stats
free website tracker