|
|
|
WAZAMAR
|
Bonaire
|
|
|
|
|
|
Bonaire

Het eiland
De naam
De vlag
Het wapen
Het volkslied
De bevolking
De
geschiedenis
De
taal
De godsdienst
De gezaghebbers
De plantages
Bijzonderheden
Meer
Voor
reacties
|
|
|
|
Bonaire een plantage van de West Indische Compagnie 1637 - 1795
|
|
|
|
Na 1637 werd door de West Indische Compagnie van Bonaire
een plantage gemaakt ten behoeve van het zich snel ontwikkelende Curaçao.
Maïs en vee in eerste instantie. Daarnaast speelde de winning en export van zout en verfhout een
steeds grotere rol.
Hiertoe werden enkele honderden Afrikaanse slaven van Curaçao naar Bonaire verscheept, die gingen werken in de zoutpannen,
verfhout en maïs verbouwden
en vee hoeden.
Aan het
eind van de zeventiende eeuw was Bonaire in zijn geheel een plantage van de
WIC.
Dit duurde tot de WIC in 1795 ophield te bestaan.
|
|
|
|
Bonaire een plantage van het Gouvernement 1795 - 1868
|
|
|
|
Nadat de
macht van de WIC in 1795 ophield te bestaan vestigden steeds meer blanken
zich op het eiland.
Behalve slaven werden ook veroordeelde indianen en andere gestraften te werk
gesteld en zo werd Bonaire een soort strafkolonie.
Het verzet tegen de mensenhandel groeide inmiddels
en in 1821 werd de invoer van slaven op de koloniën verboden.
De indiaanse bevolkingsgroep werd langzaam maar zeker steeds kleiner en
omstreeks 1810 vertrokken de laatste indianen naar het vasteland.
Op 30 september 1862 was het zover: op Curaçao werd de “Emancipatieregeling”
afgekondigd. Dit betekende dat op Bonaire alle slaven in vrijheid gesteld
werden.
Gedurende de negentiende eeuw kwam er een nieuwe bevolkingsgroep op Bonaire,
die van vrijgekochte of in vrijheid gestelde slaven.
Na de afschaffing van de slavernij werd al snel besloten om de
gouvernementsgronden aan particulieren te verkopen.
Het resultaat hiervan was dat de totale bevolking afhankelijk werd van twee
grootgrondbezitters (Neuman en Jesurun).
Het zou echter nog lang duren voordat de slavernij daadwerkelijk in 1863 werd
afgeschaft.
Economische motieven lagen hieraan ten grondslag.
Tot 1868 bleef het eiland de status van gouvernementsplantage houden.
|
|
|
|
Plantages op Bonaire 1868 - 1979
|
|
|
|
Amerika
Brasil
Fontein
Slagbaai
|
|
|
|
AMERIKA
|
|
|
|
De familie Herrera kocht het
noordelijk deel van de Slagbaaiplantage
en doopten het ‘Amerika’.
De ingang van het Nationaal park
Washington/Slagbaai besloeg het
opzichterhuis, een administratiekantoor en een winkeltje. De arbeiders kregen
er hun loon uitbetaald en noemde de plek (het centrum van hun wereld)
‘Washington’.
Tot 1967 was de plantage in gebruik. De laatste telg van de familie Herrera (‘Boy’) verkocht de plantage aan de Nederlandse
en Antilliaanse regering op voorwaarde dat het een natuurgebied zou worden.
In 1969 opende Nicklaas Debrot,
gouverneur van de Nederlandse Antillen en nazaat van de vroegere
plantage-eigenaar Slagbaai, het Park Washington. In 1979 kwamen de plantages Slagbaai en Brasil erbij.
|
|
|
|
BRASIL
|
|
|
|
Bij het Gotomeer in het noorden
van Bonaire. Er werd vee geslacht, ten behoeve van huiden en vlees.
Men exporteerde aloë,
houtskool en peulen van de dividiviboom. Ook de salinja’s (zoutpoelen) leverden een winstgevend
exportproduct op.
Er was een haven waar schepen uit Curaçao en Holland aanlegden.
Na de afschaffing van de slavernij was de plantage niet langer rendabel en
verkocht de Nederlandse overheid de grond aan particulieren.
In 1979 ging de plantage over in het Nationaal park Washington-Slagbaai.
|
|
|
|
FONTEIN
|
|
|
|
Nu staan er nog enorme stenen waterreservoirs, vroeger
gebruikt voor irrigatie. Dank zij de aanwezigheid van een zoetwaterbron (het
water druppelt van de stenen in de grot nabij de reservoirs) is de omgeving
wonderlijk groen.
|
|
|
|
SLAGBAAI
|
|
|
|
Slagbaai een verbastering van slachtbaai. Er werd dan ook veel
vee geslacht, ten behoeve van huiden en vlees.
Tevens exporteerde men aloë,
houtskool en peulen van de divi divi
boom.
|
|

peulen van de divi divi
boom
Foto: Marianne van Roy 2006
|
|
Ook de salinja’s (zoutpoelen) leverden
een winstgevend exportproduct op. Er was een haven waar schepen uit Curaçao en Holland
aanlegden.
Na de afschaffing van de slavernij was de plantage niet langer rendabel en
verkocht de Nederlandse overheid de grond aan particulieren.
De eerste eigenaar Johan Jacob Debrot verdeelde de
plantage in tweeën. Het
noordelijke deel verkocht hij aan de familie Herrera,
die hun deel ‘Amerika’ doopten.
In 1979
ging de plantage over in het Nationaal park Washington-Slagbaai.
|
|
|
|
|
|
|
|

©
WAZAMAR
sinds 1996
|
|
Hoewel
er naar gestreefd is correcte informatie te
verschaffen, kan niet worden gegarandeerd dat de informatie op het moment
waarop deze is geplaatst na verloop van tijd nog steeds juist is. Aan de
inhoud van deze webhalte kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
|
|
|
|
|